“Hey, motobike? Wanna ride? Motobike? Joehoeoe, Joehoeoe. Motobike, cheap price for you.” En ga zo nog maar even door, je hoort dit als buitenlander/ toerist in Vietnam namelijk de hele dag als je op straat loopt, maakt niet uit of je in Noord of Zuid-Vietnam bent. Alleen hoe zuidelijker je komt, hoe opdringeriger ze worden! Gewoon negeren. Dat werkt het beste.
Behalve in Hué, daar kon ik de vele brommertaxis niet omzeilen, want ze bleven mij gewoon volgen! Tot aan de poort van de ‘Verboden Stad’, de plek waar eens het keizerlijke paleis stond. De Amerikanen hebben bijna alles gebombardeerd, maar ondanks dat staan (de ruines van) het paleis op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
De volgende ochtend heb ik de Ling Mu Pagoda bezocht, dat buiten de stadsmuren aan de Perfume River ligt. In de tempel kwam ik een aantal jonge monniken tegen die er erg punky uitzagen. Heb een lange tijd met ze zitten praten. Vooral Sa en Chung (zie foto’s) spraken perfect Engels en deden mij denken aan San, een bevriende monnik van mij in Cambodja. Nadat ik ze gefotografeerd had, kwam Chung mij een koud blikje Coca-Cola brengen, want het moest wel erg warm zijn voor die Noorderling!
Na Hué met de bus door naar een andere plek van de Werelderfgoedlijst: Hoi An. Mooie plaats, maar veel te toeristisch voor mij. Dus na twee dagen heb ik de volgende bus gepakt naar de badplaats Nha Trang (zag er erg goed uit) en direct door naar Dalat, een stukje Zwitserland in Vietnam. Dalat was heerlijk koel en deed me naast ook denken aan Aalsmeer en Barcelona, vanwege de vele kassen die er staan en het 'Crazy House' dat geïnspireerd is op de Catalaanse architect Antoni Gaudi. Uiteindelijk gisteren aangekomen in Saigon. Morgen naar de Mekong Delta en daarna gaat de grens naar Cambodja voor mij open.
Kijk hier voor de laatste foto's.

0 reacties:
Een reactie plaatsen